Niets van deze site mag zonder toestemming op welke manier dan ook overgenomen worden.
Veel gestelde vragen
Veel mensen zijn inhoudelijk en in
de praktijk onbekend De Roedelmethode®, maar
menen desondanks alles over
de methode te weten.
Dit resulteert vervolgens in een aantal veel
gestelde vragen, die echter niet zijn gebaseerd
op kennis van of op eigen ervaringen met
De Roedelmethode®.
De antwoorden op de volgende vragen staan
allemaal in de twee
boeken “Honden trainen
volgens de regels van de natuur” deel 1 en/of deel 2
(met trefwoordenregisters). Daarom zullen we
hier alleen wat korte samenvattingen geven.
Waarom nemen jullie nog steeds het gedrag van
wolven als uitgangspunt? Honden
zijn toch echt al heel lang geen wolven meer,
wij zijn toch ook geen apen meer?
Waarom zijn jullie nog steeds zo bezig met die
‘dominantie’? Dat is toch al heel
lang uit de tijd! Dominantie wil zeggen dat de
één met agressie en geweld de ander onderdanig
maakt!
En al dat achterhaalde
rangordegedoe dan? Uit
onderzoek blijkt dat honden in het
wild helemaal geen roedel en ook geen rangorde
hebben!
Rangorde is altijd
conspecifiek, tussen soortgenoten, dus alleen tussen honden
onderling. Mensen en honden zijn twee
verschillende soorten, dan kan er dus helemaal
geen sprake van rangorde zijn!
Jullie zeggen dat een hond altijd
hogerop wil komen in rang. Maar als er geen
sprake is van rangorde, kan dat helemaal niet
eens!
Mensen kunnen nooit
doen alsof ze
‘hond’ zijn. En bovendien ziet een hond heus wel
dat mensen geen honden zijn!
Waarom doen jullie nog steeds aan die ouderwetse
en onzinnige rangorderegels? Dat duidelijkheid en regels voor een hond
belangrijk zijn weet natuurlijk iedereen, maar
welke regeltjes dat zijn doet er voor de hond
helemaal niet toe!
Waarom
belonen jullie een hond niet gewoon als hij
iets goed doet? Wij werken toch ook niet voor
niets?
Honden zijn heus wel sociaal, maar ze zijn
vooral egoïstisch en opportunistisch. Ze doen alleen maar dingen waar ze zelf beter
van worden. Daarom is belonen ook zo belangrijk!
Waarom gebruiken jullie nog steeds van die
ouderwetse en hondonvriendelijke
trainingsmanieren, zoals een hond
op zijn rug gooien? Als je een hond op zijn rug
gooit heeft dat niks met ‘overgave’ te maken!
Dat is alleen als een hond zich helemaal
vrijwillig overgeeft, dus nooit met geweld!
(bron: F. Koeman)
De veel gestelde vragen zijn helaas niet
gebaseerd op het werkelijk kennen van de
Roedelmethode® of op persoonlijke ervaringen met
de methode, maar op: Vooroordelen: (ver)oordelen op basis van een
persoonlijke afkeer of op basis van een gebrek
aan kennis een eigen mening vormen. Interpretaties: op basis van persoonlijke ideeën
en gevoelens een eigen betekenis ergens aan /
aan iets geven. Aannames: op basis van persoonlijke gedachten
iets voor waarheid aannemen en
veronderstellingen maken (zoals ‘niet belonen
betekent dat er alleen nog maar wordt
gecorrigeerd, gestraft en er fysiek geweld wordt
gebruikt’). Veronderstellingen: wat men als waar aanneemt,
een gissing, een aanname, een gedachte, een
vermoeden.
What’s in a name? (Definities)
Er wordt heel wat gediscussieerd over
dominantie, alfa, rangorde, roedel, controle en
controleren, leiden en leiding geven,
samenwerken, belonen en bestraffen.
Maar iedereen, ook mensen die woorden als
“rangorde en dominantie” hartgrondig afwijzen,
is gek op honden en gefascineerd door hun
gedrag.
Gezien de vele verschillende en
spraakverwarrende definities die er zijn, zullen
we een aantal ‘vieze’ woorden eerst wat
nuanceren: ‘what’s in a name’…? De Roedelmethode®: (goed) leiderschap-geven-methode op een voor de hond
natuurlijke wijze. Dominantie: leiden, leiding geven, controle
uitoefenen, geleid worden, leiding door een
ander
accepteren, controle door een ander accepteren.
Rangorde: de leidinggevende en degene die geleid
worden, degene die controle heeft, degene
die het leiderschap van de leider accepteert
(volger), degene die de controle door de ander
accepteert. Roedelregels, rangorderegels en omgangsregels:
de afspraken en spelregels, die samenwerking
mogelijk maken en waardoor elk individu
duidelijkheid, zekerheid en structuur krijgt in
het
gezamenlijke – al dan niet inter-specieke -
sociale systeem…
Wetenschappelijk onderzoek, de media en de
dagelijks praktijk...
Er is laatste jaren enorm veel
wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het
gedrag en het cognitief vermogen van honden.
Onze hond is immers niet alleen onze trouwe
kameraad, maar hij blijkt door zijn vergaande
domesticatie dichter bij de mens staan in zijn
interactie en communicatievermogen, dan ons
naaste evolutionaire evenbeeld, de primaat.
Er is ook onderzoek verricht naar de verschillen
in het gedrag van honden in alle mogelijke
gradaties van het gedomesticeerd zijn: nog niet
volledig gedomesticeerd, wilde en verwilderde
honden. Dit alles heeft erg veel inzichten
opgeleverd in het cognitieve en sociale
leervermogen van honden.
Soms komt er iets over die onderzoeksresultaten
in het nieuws, waarbij er helaas al door de
journalistiek een eigen interpretatie aan het
onderzoek wordt gegeven. Zo werd dit artikel
overal
gepubliceerd: “honden voelen geen schuld, wel
angst voor straf" .
Wie echter het artikel zélf leest, ontdekt al
snel dat de journalist blijkbaar slechts de
‘abstract’ van het artikel gelezen heeft. Op
grond daarvan werd een volkomen onterechte
conclusie getrokken. Het onderzoek toont
helemaal niet aan of honden wél of géén
schuldbesef voelen.
Sterker nog: dit werd niet onderzocht (“the
research does not examine whether dogs feel
guilt”).
Wat wél werd onderzocht, is het antropomorfisme
van hondeneigenaren met betrekking tot wat
mensen “schulbewust gedrag” noemen. (“In the current study, the anthropomorphism investigated
is that the so-called “guilty look shows that
dogs feel guilt or understand that they have
disobeyed.
In other words, owners have identified a
behavioural display which they think is prompted
by the dogs’
realization of the violation of an implicit code
of behaviour.”)
Het in de Nederlandse media gepubliceerde
artikel geeft geinteresseerde mensen geen
objectieve informatie, maar een fout
geinterpreteerde conclusie, die evengoed door
iedereen als waarheid wordt aangenomen.
Op deze wijze worden onderzoeken dikwijls uit
verband gerukt of met persoonlijke
(mis)interpretaties als bewezen feit doorgegeven
aan goedbedoelende mensen: de hondenliefhebbers
en hondenbazen.
Veel aannames, veronderstellingen,
interpretaties en vooroordelen op grond ‘van
horen zeggen’, zonder enige al dan niet
wetenschappelijke kennis, objectieve observaties
en onderzoek, verspreiden zich zo als een
olievlek over ‘hondenland’.
Wanneer er wel objectieve resultaten van
onderzoek worden beschreven, kunnen mensen die
resultaten niet plaatsen in hun praktijk van
alle dag of binnen de training. De reacties
daarop zijn daardoor vaak niet echt positief;
‘hebben ze niks beters te doen...’ of ‘kunnen ze
dat geld niet beter besteden!’. De werkelijke
resultaten van de meeste onderzoeken bereiken de
hondeneigenaren dan ook nooit, net zo min als in
trainingen de voordelen van die kennis in
praktijk worden gebracht.
Ook de boeken “Honden trainen volgens de regels
van de natuur” (deel 1 en deel 2) zijn ‘het
slachtoffer’ van dergelijke aannames,
veronderstellingen en interpretaties.
Er wordt bij het lezen van de titel onmiddellijk
aangenomen, dat dit wil zeggen; ‘trainen
volgens
de regels van honden in het wild’ óf ‘trainen volgens de regels van wolven’.
De titel heeft echter betrekking op het ‘honden
trainen volgens de regels van onze
eigen
huishonden, op de manier en volgens de regels
van onze eigen hedendaagse honden, zoals deze
die zelf kennen en gebruiken in hun eigen
hondentaal.
De inhoud van deze boeken is zeker niet altijd
makkelijk en vaak zelfs behoorlijk complex,
waardoor voor het in praktijk brengen van de
methode heel veel geduld, ‘diercentrisch denken’
en inzicht is vereist. Veel mensen blijken
bovendien niet goed te lezen of ‘selectief’ te
lezen.
Dan komen de eigen interpretaties, zoals het
‘consequent toepassen van de Roedelmethode met
koekjes’ en ‘de baas moet eerst altijd als
eerste iets eten voor de hond mag eten’.
Hetzelfde geldt voor het ‘selectief’ lezen, het
lezend interpreteren met een persoonlijk
gekleurde bril, waarbij alles wat zich daartoe
leent ter bevestiging van de eigen afkeuring of
goedkeuring dient en… krijgen wij de ‘Veel
Gestelde Vragen’.
Waarom nemen jullie nog steeds het gedrag van
wolven als uitgangspunt? Honden zijn toch echt
al heel lang geen wolven meer, wij zijn toch ook
geen apen meer?
De Roedelmethode is niet gebaseerd op het gedrag
van wolven, al dan niet in gevangenschap. Honden
en wolven zijn twee verschillende soorten. De
Roedelmethode® is gebaseerd op het gedrag van
onze hedendaagse huishond, die dankzij eeuwen
van domesticatie een zeer
unieke en specifieke sociale band heeft ontwikkeld met de
mens. (1998 deel 1 vanaf pg 30, deel 2 vanaf pg
40).
Waarom zijn jullie nog steeds zo bezig met die
‘dominantie’? Dat is toch al heel lang uit de
tijd! Dominantie wil zeggen dat de één met agressie en
geweld de ander onderdanig maakt!
Dominantie is een van die woorden die door veel
mensen zeer verschillend geïnterpreteerd kan
worden. Binnen de Roedelmethode® heeft de definitie, de
betekenis van ‘dominant’ en ‘dominantie’, in elk
geval niets te maken met het ‘overheersen’ door
het gebruik van agressie en geweld.
Binnen de Roedelmethode® is onze definitie van
dominantie: Een positieve genetische eigenschap die
(erfelijke) aanwezig is in elk levend wezen.
(1998 deel 1 vanaf pg 42, deel 2 vanaf pg 32).
Die erfelijke positieve eigenschap maakt het
leiding kunnen geven én het leiding kunnen
accepteren mogelijk. Hierdoor kunnen
lichamelijke conflicten voorkomen worden.
Het ‘dominant zijn over’ een ander, maar óók de
dominantie van een ander kunnen erkennen en
hiermee in beide gevallen op de juiste sociale
wijze om kunnen gaan.
Leiding geven of leiding juist accepteren wil
automatisch zeggen, dat tussen de individuen een
vorm van samenwerking is. Hij leidt of hij wordt
geleid door degene die de leiding geeft, al naar
gelang de persoonlijke capaciteiten en de
actuele situatie. Dat kan alleen als zowel het
leiding geven als het leiding krijgen
geaccepteerd worden, wat een wezenlijk verschil
is met ‘gedwongen worden tot’, zoals in een
dictatuur of een autoritair regiem.
Op die manier heeft geaccepteerdedominantie
niets te maken met ’de baas zijn en blijven’
over de hond die ‘altijd hogerop wil komen’ (wat
overigens zeer
zelden het geval is).
Dominant zijn in de zin van ‘invloed uitoefenen’, is iets
wat elke baas doet of zou horen te doen.
Iedere baas heeft zijn regels voor wat de hond
wel of niet is toegestaan.
Zonder dat hij zijn hond ooit slaat of hem ‘op
zijn rug gooit’ is de baas dan wel degelijk
dominant én is er sprake van een rangorderelatie
tussen baas en hond…
En al dat achterhaalde
rangordegedoe dan? Uit
onderzoek blijkt dat honden in het wild helemaal
geen roedel en ook geen rangorde hebben!
Wat is de hier de definitie van ‘honden in het
wild’? Wilde honden? Verwilderde honden?
Ongedomesticeerde honden?
Is onze eigen huishond te vergelijken met die
specifiek gedefinieerde groep ‘honden in het
wild’?
Of is deze bewering feitelijk hetzelfde als het
vergelijken van hondengedrag met wolvengedrag…
Waarschijnlijk wordt hier verwezen naar (de
interpretaties van) één specifiek onderzoek (R.
en L. Coppinger, 2001), dat vooral erg populair
is geworden bij de mensen die rangorde afwijzen,
maar die thuis wel degelijk grenzen stellen aan
wat hun hond wel en niet mag (in Roedelwoorden:
dominantie en rangorde).
Het onderzoek van de Coppingers betrof de
afstammelingen van in oorsprong gedomesticeerde
honden. Bij onderzoek naar ‘wilde honden’ wordt
– net als bij de Coppingers – uitgegaan van de
‘mate van wildheid’, waarbij het
al dan niet hebben van contact met mensen en/of
de mate van afhankelijkheid van mensen een
belangrijke factor is.*
De ’honden van de Coppingers’ konden – samen,
maar toch redelijk individueel - in de omgeving
van mensen leven, met een bepaalde mate van
menselijke afhankelijkheid en contact.
Ook dát vereist onderling ‘overleg’, bepaalde
onderlinge afspraken en omgangscodes (rangorde
en dominantie) tussen die groep ‘wilde honden’.
Zonder dergelijke afspraken en regels zou hun
leven immers alleen nog uit gevechten bestaan,
waarbij geen enkele hond meer de gelegenheid
heeft iets te eten. Juist dankzij die
‘spelregels’ (dominantie en rangorde) kunnen
conflicten zoveel mogelijk voorkomen worden en
kan iedere hond zijn kostje bijeen scharrelen.
Rangordes hebben een belangrijke functie in een
sociaal systeem. Geaccepteerde rangordes bieden rust, zekerheid, duidelijkheid,
veiligheid en geborgenheid aan alle wezens die
leven in dat sociale systeem. Inherent aan
dominantie is rangorde. Geaccepteerde rangorde
is mogelijk dankzij het ‘dominantie-gen’,
waarbij leiding wordt geven én de gegeven
leiding wordt geaccepteerd.
Ook binnen een inter-specifieke relatie zoals bij mensen en honden is dominantie
en rangorde noodzaak om zo aangenaam en zo
conflictloos mogelijk met elkaar te kunnen
samenleven. Domesticatie, dominantie en rangorde
maken dit mogelijk.
*Onderzoeken naar ‘wilde honden’: hoe minder
honden contact hebben met mensen en/of
afhankelijk zijn van mensen, hoe meer er sprake
is van het vormen van grotere groepen (roedels)
en van samenwerking binnen die groep (dominantie
en rangorde).
Rangorde is altijd
conspecifiek, tussen soortgenoten, dus
alleen tussen honden onderling. Mensen en honden
zijn twee verschillende soorten, dan kan er dus
ook geen sprake van rangorde zijn!
Als er al helemaal geen sprake is van ‘dat
achterhaalde rangordegedoe’ (zie vorige vraag), vragen wij ons af, hoe het dan wel
mogelijk kan zijn dat ‘rangorde conspecifiek
is’...
Door rangorde en dominantie tussen mens en hond
te ontkennen, wordt elke mogelijkheid tot
interactie, een relatie tussen mens en hond en
elke samenwerking tussen mens en hond ontkend en
bovendien de enorme invloed van de
domesticatie
op honden compleet van tafel geveegd.
De relatie tussen honden en mensen is absoluut
uniek en onvergelijkbaar met welke andere
gedomesticeerde dierensoort dan ook. Dankzij de
langdurige domesticatie zijn mens en hond naar
elkaar toegegroeid en zijn beiden
‘geïnfiltreerd’ in elkaars bestaan.
Voor onze hedendaagse huishond is de mens het
middelpunt van zijn bestaan geworden.
De domesticatie en alle – ook genetische -
veranderingen die in de loop der eeuwen in
honden hebben plaatsgevonden, zijn juist
allemaal ten voordele van die unieke en
specifieke
sociale relatie
tussen mens en hond.
Mensen en honden hebben een zeer sterke relatie
met elkaar. Er is wel degelijk interactie en er
is wel degelijk communicatie tussen mensen en
honden. Dan is er onherroepelijk sprake van
dominantie en rangorde, ongeacht of je deze
‘begrippen’ al dan niet een andere naam geeft.
Jullie zeggen dat een hond altijd
hogerop wil
komen in rang. Maar als er geen sprake is van
rangorde, kan dat helemaal niet eens!
Een zeer pertinente uitspraak, die samenhangt
met de al genoemde definities, aannames,
veronderstellingen, interpretaties, vooroordelen
en definities over ‘dominantie’, ‘rangorde’ en ‘conspecifiek’.
Een hond die echt per se hogerop wil komen is
uiterst zeldzaam.
Wat ons betreft is een ‘ongehoorzame’ hond’ geen
‘dominante’ hond die erop uit is om hogerop te
komen. Zijn ‘ongehoorzaamheid’ gebruikt hij om
erachter te komen, of de baas echt betrouwbaar
is en hem veiligheid kan bieden of… dat hij
gedwongen zal zijn om zelf de touwtjes in handen
te nemen…
Een hond die ‘hogerop’ is gekomen, is dat zelden
om dat hij dat zo graag wil, maar veelal tegen
wil en dank, omdat de baas niet heeft voldaan of
kan voldoen aan wat de hond nodig heeft:
duidelijkheid, zekerheid, geborgenheid en goede
leiding.
Een hond is een mensgericht sociaal wezen, dat
wil weten wat zijn plaats is in de sociale groep
en wat hem dankzij die plaats wel of juist niet
is toegestaan. In zijn eigen taal communiceert hij hierover met
de baas. Het resultaat van dit gesprek (de
onderhandelingen) maakt de ‘status’, de
(rangorde) positie in de onderlinge sociale
relaties duidelijk, net als de
rechten en plichten die daar wel, of juist niet,
bij horen.
.
Een geaccepteerde plaats in de rangorde maakt
duidelijk welke verantwoordelijkheden en
rechten
en plichten het individu heeft binnen het
sociale verband. Hierdoor weet ieder precies
waar hij aan toe is en wat zijn taken zijn. Deze
zekerheden geven rust, duidelijkheid en
veiligheid.
Mensen kunnen nooit doen alsof ze ‘hond’ zijn.
En bovendien ziet een hond heus wel dat mensen
geen honden zijn!
Natuurlijk ziet een hond dat wij geen honden
zijn. Dat wil nog niet zeggen, dat we om met hem
te kunnen communiceren op handen en voeten,
blaffend, grommend en kwispelend door het leven
moeten gaan. Dat zou volkomen absurd zijn en
bovendien een zeer grove onderschatting van het
gedomesticeerde cognitieve vermogen van honden.
Door de domesticatie hebben mensen en honden een
zeer speciale inter-specifieke relatie met
elkaar. Hierdoor zijn honden zelfs primair
gericht op de mens en pas daarna op
soortgenoten.
De meeste honden brengen veel meer tijd door met
‘hun mens(en)’ dan met hun soortgenoten.
Voor mensen is het al bijna onmogelijk om
‘hondcentrisch te denken en
niet te antropomorfiseren.
Voor honden is niet ‘hondcentrisch’ denken
echter absoluut onmogelijk. Een hond bekijkt de
wereld vanuit zijn eigen hondse perspectief, ook
de mens én elk ander wezen.
Voor meer begrip en een betere communicatie
tussen baas en hond zal de mens, zonder te
antropomorfiseren en door meer ‘hondcentrisch’
naar hondengedrag te kijken, de
hondentaal moeten leren verstaan en begrijpen.
Waarom doen jullie nog
steeds aan die ouderwetse en onzinnige
rangorderegels? Dat duidelijkheid en
regels voor een hond belangrijk zijn weet
natuurlijk iedereen, maar welke regeltjes dat
zijn doet er voor de hond helemaal niet toe!
Voor wie en waarom zijn ‘de rangorderegels’
ouderwets en onzinnig?
Voor de mens, omdat hij het nut en de betekenis
van die regels niet inziet? Die omdat hij het
bestaan van rangorde afwijst, logischerwijs ook
rangorderegels afwijst, maar wel zijn eigen
menselijke regels oplegt aan de hond?
Hebben die door de mens gestelde regels
eigenlijk enig nut en betekenis voor de hond of
… is het voor hem niet meer dan het uitvoeren
van een kunstje?
Mensen leggen menselijke normen en waarden
(menselijke afspraken en spelregels) op aan
honden. Niet alleen in het dagelijks leven, maar
ook in de hondentrainingen: zit, af, staan,
volgen, drie minuten blijven, terugplaats, flyball, behendigheid en noem maar op.
Doet de hond dat goed, dan is hij – naar
menselijke normen en waarden -
braaf en heel gehoorzaam, omdat hij voldoet aan
de door mensen vastgestelde regels. Ons eigen
menselijke perspectief is nog steeds ons
uitgangspunt in onze omgang met honden. Mensen
maken ook onderscheid tussen ‘trainen/training’
en ‘opvoeden, wat een hond nooit doet.
Lichaamshoudingen zoals zitten, liggen en staan
zijn voor mensen lichaamshoudingen zonder
specifieke betekenis, waarvan mensen vinden dat
een hond die toch wel hoort te leren.
Voor de hond zelf heeft elke lichaamshouding
echter een eigen specifieke betekenis, die hoort
bij de hondentaal, de hondenmanieren, de hondse
normen en waarden, die hij al in het nest heeft geleerd.
hoe weten deze
pups welke betekenis een bepaalde geur,
lichaamshouding en lichaamsbeweging heeft?
Dat honden een eigen taal hebben zal niemand
ontkennen. Iedere hondenliefhebber wil die
hondentaal graag beter leren verstaan en zijn
hond beter leren begrijpen.
Iedereen beaamt ook volmondig, dat een pup
de
hondentaal en die hondenmanieren leert in het
nest, want daarom mogen pups niet eerder dan op
zeven of acht weken
het nest verlaten.
Maar vervolgens kan niemand – heel concreet -
vertellen wát een pup dan precies allemaal
leert.
Hierdoor kent niemand de betekenis van de hondse
lichaamshoudingen (zit, af, staan etc. ) en
lichaambewegingen binnen de hondentaal, laat
staan dat iemand weet op welke manier, in welke
volgorde en wanneer de hond die betekenissen
heeft geleerd.
het leren
van de hondentaal leren begint al tijdens de
geboorte.
Bepaalde* rangorderegels hebben voor een hond in
zijn eigen hondentaal wel degelijk betekenis.
Door die betekenissen te leren (h)erkennen,
kunnen we – helemaal zonder geweld en zonder
woorden – met de hond communiceren. Altijd zelf
eerst eten voor de hond mag eten, is iets heel
anders dan bepalen wanneer en waar de hond eet,
ongeacht of dat is vóór of ná dat de baas heeft
gegeten.
Moeder laat eerst de pups eten en eet pas mee
als zij genoeg hebben gehad.
Dankzij de hondentaal zal de hond zich steeds
meer gaan richten op de (lichaamstaal van de)
baas en wordt hierdoor het sociale proces van de
relatievorming pas echt in gang gezet.
Om te voorkomen dat een hond tegen wil en dank
‘hogerop’ gaat komen kunnen we
daarom al vanaf het begin die hondentaal
(rangorderegels) gebruiken.
En juist
wanneer we de hond vanaf het begin duidelijk
maken dat de bank een te hoge plaats voor hem
is, zal dát er toe leiden, dat hij later zonder
problemen gezellig bij ons op de bank kan liggen
of samen met de baas languit kan bijkomen in het
gras.
*Er bestaan verschillende versies van ‘de’
rangorderegels. In een aantal versies staan
regels en handelingen, die voor een hond in zijn
hondentaal geen enkele betekenis hebben. Ook
kunnen er regels bij staan, waarbij de betekenis
die de mens er aan geeft, zelfs precies
tegengesteld is aan de betekenis die zij voor de
hond hebben (zoals: de hond moet voor de baas
opzij gaan. Doet hij dat niet, dan moet je op de
hond inlopen en hem opzij duwen).
Maar waarom belonen jullie een hond niet gewoon
als hij iets goed doet? Wij werken toch ook niet
voor niets?
Werken doe je pas na een lange leertijd. Als
kleuter, peuter en puber ‘verdien’ je niets,
hooguit goedkeuring en waardering (je hoort
erbij) of een pak voor je billen of
‘kamerarrest’ als je iets helemaal ‘fout’ doet.
Tot je gaat werken ben je ‘slechts’ onbetaald
aan het leren en doe je vaardigheden op in
relatie tot anderen. Jarenlang is de enige
beloning die je daarvoor krijgt een sociale
beloning.
Pas daarna, ‘als je groot bent’ en je leertijd
goed hebt volbracht, krijg je een betaalde baan
en ‘werk je niet voor niets’.
Ook een hond is een sociaal wezen, dat
aanvankelijk net als mensen vaardigheden wil en
kan leren om met zijn baas, zijn menselijke
huisgenoten (en soortgenoten) om te kunnen gaan.
En net als bij mensen is in dat leerproces
aanvankelijk de sociale interactie, de sociale binding met de baas de optimale
motivatie en ook... de sociale beloning voor de
hond. (Deel 2, de sociale fasen).
Als er wordt gesproken over ‘het belonen’ van
een hond wordt direct aan iets eetbaars gedacht,
als enige manier om een hond te motiveren om de
baas te ‘gehoorzamen’, naar onze
menselijke norm van
‘gehoorzaamheid.
Maar als er wordt gesproken over niet belonen,
dan wordt er direct aangenomen dat
dit gebeurt door te bestraffen, te corrigeren en
lichamelijk geweld te gebruiken, waarbij de hond
uit angst voor straf gemotiveerd wordt om de
baas te ‘gehoorzamen’.
Er wordt hoe dan ook vanuit gegaan, dat de
motivatie van de hond altijd afhankelijk is van
de mens.
Dankzij het menselijke denken worden honden
gedegradeerd tot egoïstische, opportunistische
wezens, die zelf geen enkele positieve (naar de
mens toe) intrinsieke
motivatie zouden hebben.
Is het wel zo dat een hond alleen maar wordt
gemotiveerd door voer of door angst?
Of heeft hij misschien toch zijn eigen
intrinsieke hondse motivatie (én positief naar
mensen toe), die hem nog veel meer
motiveert dan de veronderstelde menselijke
motivatie (voer en angst)?
Door van pup af aan te belonen met voer,
verplaatsen we zélf de sociale motivatie van de
hond (de interactie en binding met de baas) naar
het alleen nog maar gemotiveerd zijn voor voer.
Wanneer we honden belonen met voer als hij nog
in de eerste en tweede sociale fase is (Deel 2
vanaf pg 59), ontzeggen we hem eigenlijk het
recht om samen met de baas sociale vaardigheden
te leren en reduceren we zelf de sociale
motivatie van de hond tot de motivatie voor
voer.
Hiermee doen we honden zeer tekort in hun
sociale en cognitieve vermogens en maken we zélf
van onze hond een egoïstisch en opportunistisch
wezen.
Wanneer de hond echter zover is (Deel 2, de
derde sociale fase) en laat zien dat zijn
‘leertijd’ erop zit, zal hij gaan werken voor en
samen met de baas. Natuurlijk hoeft ook hij dan
‘niet voor niets’ te werken en hoort hij wel
degelijk ‘betaald’ te worden voor zijn werk; het
gedrag dat hij toont én
motivatie komen nu immers met elkaar
overeen. Hiervoor verdient hij absoluut een
beloning!
Honden zijn best sociaal, maar vooral egoïstisch
en opportunistisch. Ze doen alleen maar waar ze
zelf beter van worden, daarom is belonen juist
zo belangrijk!
Nogal tegenstrijdig; hoe kunnen honden sociaal
(wat is de definitie van sociaal?) én
tegelijkertijd egoïstisch en opportunistisch
zijn?
Wat ons betreft is een hond niet meer of minder
egoïstisch en opportunistisch als de gemiddelde
mens. Voor ons zijn honden sociale (met de
definitie: de neiging van ‘een organisme’, zoals
mens en dier, om in groepen te leven) wezens met
een uitgebreide eigen taal en eigen
omgangsvormen, eigen hondse normen en eigen
hondse waarden voor wat je als hond wel of juist
niet kunt doen.
Honden slechts beschouwen als egoïstische en
opportunistische wezens, die alleen met voer te
motiveren zijn, vinden wij dan ook een
gevaarlijke ontwikkeling. De cognitie, de
sociale genetische aanleg en het enorme
leervermogen van honden worden hiermee zwaar
onderschat. Op den duur kan dit zeer nadelige
gevolgen hebben op de plaats en de rol van
honden in onze maatschappij.
Met belonen wordt steeds opnieuw de menselijke
wijze van belonen bedoeld, als enige manier om
een hond te belonen. Dit ondanks dat veel bazen
ervaren, dat hun hond elk lekkers en zelfs
biefstuk weigert, zodat er duidelijk ‘iets
anders’ moet zijn wat hem op dat ogenblik
wél motiveert.
Met zijn grote sociale vermogen praat de hond in
zijn eigen hondentaal met zijn
baas.
Hij onderhandelt en probeert erachter te komen,
wat hem wel en niet is toegestaan, welke taken
hij moet doen en welke de baas zelf zal en kán
gaan regelen in de dagelijkse praktijk.
Dit praten noemen mensen echter ‘ongehoorzaam’,
‘dominant’ of ‘hij probeert hogerop te komen’.
Het enige wat de hond echter wil weten is, waar
hij precies aan toe is met zijn baas en of de
baas betrouwbaar genoeg is om zijn hele hondse
ziel en zaligheid aan toe te vertrouwen.
Waarom gebruiken jullie nog steeds van die
ouderwetse en hondonvriendelijke
trainingsmanieren, zoals een hond op zijn rug
gooien? Als je een hond op zijn rug gooit heeft
dat niks met ‘overgave’ te maken! Dat is alleen
als een hond zich helemaal vrijwillig overgeeft,
dus nooit met geweld!
Een zeer subjectief
vooroordeel en een foutieve aanname.
Er wordt bij ons geen enkele hond ‘op zijn rug
gegooid’, net zo min als deze aan zijn nekvel
wordt geschud of wordt geslagen. Er wordt ook
niet gerukt en getrokken aan lijnen of verbaal
geweld gebruikt. Wanneer er in Deel 1 en 2 wordt
gesproken over ‘lichamelijke overheersing’ wordt
dit direct geïnterpreteerd als fysiek geweld,
maar niets is minder waar!
Wanneer je een hond die daar niet van gediend is
op zijn rug gooit’ - of dat tenminste probeert -
ga je een (gevaarlijk) conflict met hem aan,
waarbij het vertrouwen van de hond in zijn baas
op zijn minst geschaadt zal worden. Bovendien
zul je zelf, als pech hebt, dankzij dat gevecht
naar de EHBH toe moeten.
Maar… wanneerhet zover is, laat de hond zich
door zijn baas neerleggen.
Om een hond neer te kunnen leggen heb je de
absolute medewerking nodig van de hond, want
zonder zijn medewerking krijg je dat echt niet
voor elkaar.
De hond zal eerst voldoende vertrouwen moeten
hebben in en respect voor zijn baas, vóór hij
bereid zal zijn om mee te werken en hij zich
bereidwillig door zijn baas zal laten
neerleggen.
Dat is dan wel degelijk overgave, gebaseerd op
vertrouwen en respect, zodat hij zich aan de
baas overgeeft en meewerkt aan de handelingen
van zijn baas.
Vertrouwen en respect zijn nooit met (fysiek)
geweld af te dwingen, maar zullen stap voor stap
door de baas verdiend moeten worden. Dat kost
tijd en veel geduld. Hierbij is het juist
belangrijk om op geen enkele manier een conflict
– en al helemaal geen fysiek conflict - met de
hond aan te gaan.
Pas als de ene stap door de hond helemaal
geaccepteerd is, komt de volgende stap.
Lichamelijk contact én de acceptatie daarvan
door de hond zijn binnen de Roedelmethode® wel
degelijk erg belangrijk. Die acceptatie van
lichamelijk contact wordt zonder geweld en in
het persoonlijke tempo van baas en hond
opgebouwd.
De enige vormen van ‘geweld’ die daarbij worden
gebruikt zijn het markeren, masseren, borstelen,
kammen en knuffelen van de hond.
Als Rhodesian Ridgeback Max dat niet wil, is hem
‘op zijn rug gooien’ voor de baas een kansloze
en risciovolle bezigheid. Stap voor stap, met
veel geduld, zónder conflicten en zónder geweld,
is Max’ respect en vertrouwen in de baas
gegroeid. Hierdoor werkt Max ook keurig mee als
de baas hem wil neerleggen (af). In die positie
wordt hij gemasseerd en gemarkeerd. Daarna laat
hij zich op zijn zij draaien zodat de baas hem
in die positie, tot duidelijk genoegen van Max
(acceptatie), opnieuw kan masseren en markeren.
Vervolgens laat hij zich zonder een spoor van
verzet door de baas op zijn rug draaien…
Max heeft volledig vertrouwen in zijn baas.
N.B. Het mag ook duidelijk zijn, dat een vreemde
die dit met Max probeert te doen absoluut niet
op Max’ medewerking hoeft te rekenen!
Waarom deze extra
pagina?
Zoals intussen bekend, wordt er heel wat onzin
verkondigd over De Roedelmethode®.
Dit neemt dusdanige vormen aan, dat mensen dan
maar 'in het geheim' Roedelen. Ze hebben er
(terecht) geen zin in, om vanwege hun 'Roedelen'
de hele hondenwereld over zich heen te krijgen!
Natuurlijk hebben erg veel mensen verstand
van het weer, voetbal en… honden, zodat
het voor Roedelaars een zinloze zaak is om in
discussie te gaan of pogingen te doen hun anti-Roedel-‘gesprekspartner’ uit te leggen, dat
De Roedelmethode® geen ‘slechte kopie’ is van
Jan Fennel of van de “Stap-contact’ methode. De
Roedelmethode® is voor veel mensen te complex,
te ingewikkeld en daardoor te moeilijk te
begrijpen.
Ter ondersteuning van 'onze' Roedelaars, hebben
we deze extra tekst gemaakt, die betrekking
heeft op veel gehoorde op en aanmerkingen en
(retorische) 'veel gestelde vragen'...
ISBN 9789038913780
prijs € 18,75
280 pagina’s / 16 x 23,5 cm
paperback geïllustreerd
Eerste druk 1998
2e (herziene) druk 2003
3e druk mei 2007
ISBN 9789038917870
prijs € 18,75
271 pagina's
16 x 23,5 cm
paperback geïllustreerd
Eerste druk 2008