Hondenopvoedingsinstituut DE ROEDEL             
Internationaal Gedragstherapeutisch Centrum 
 Home
 De Roedelmethode®
 De Roedel 20 jaar!
 Studieweekend 2010
 Hoe en Wat
 Prijzen
 Boeken
 Dog Cognition
 Opleiding RM®
 Over ons
 Onze Malamute Kaya
 Veel gestelde vragen
 Media
 Roedel Relaties
 Links
 Foto's
 Sitemap
 Contact

© 2003 - 2010
Hondenopvoedingsinstituut
De Roedel

Niets van deze site mag zonder toestemming op welke manier dan ook overgenomen worden.

Veel gestelde vragen  

Veel mensen zijn inhoudelijk en in de praktijk onbekend De Roedelmethode®, maar menen desondanks alles over de methode te weten.

Dit resulteert vervolgens in een aantal veel gestelde vragen, die echter niet zijn gebaseerd op kennis van of op eigen ervaringen met De Roedelmethode®.

De antwoorden op de volgende vragen staan allemaal in de twee boeken “Honden trainen volgens de regels van de natuur” deel 1 en/of deel 2 (met trefwoordenregisters). Daarom zullen we hier alleen wat korte samenvattingen geven.
 
Waarom nemen jullie nog steeds het gedrag van wolven als uitgangspunt? Honden zijn toch echt al heel lang geen wolven meer, wij zijn toch ook geen apen meer?

Waarom zijn jullie nog steeds zo bezig met die ‘dominantie’? Dat is toch al heel lang uit de tijd! Dominantie wil zeggen dat de één met agressie en geweld de ander onderdanig maakt!

En al dat achterhaalde rangordegedoe dan? Uit onderzoek blijkt dat honden in het wild helemaal geen roedel en ook geen rangorde hebben!

Rangorde is altijd conspecifiek, tussen soortgenoten, dus alleen tussen honden onderling. Mensen en honden zijn twee verschillende soorten, dan kan er dus helemaal geen sprake van rangorde zijn!

Jullie zeggen dat een hond altijd hogerop wil komen in rang. Maar als er geen sprake is van rangorde, kan dat helemaal niet eens!

Mensen kunnen nooit doen alsof ze ‘hond’ zijn. En bovendien ziet een hond heus wel dat mensen geen honden zijn!

Waarom doen jullie nog steeds aan die ouderwetse en onzinnige rangorderegels?
Dat duidelijkheid en regels voor een hond belangrijk zijn weet natuurlijk iedereen, maar welke regeltjes dat zijn doet er voor de hond helemaal niet toe!

Waarom belonen jullie een hond niet gewoon als hij iets goed doet? Wij werken toch ook niet voor niets?

Honden zijn heus wel sociaal, maar ze zijn vooral egoïstisch en opportunistisch.
Ze doen alleen maar dingen waar ze zelf beter van worden. Daarom is belonen ook zo belangrijk!

Waarom gebruiken jullie nog steeds van die ouderwetse en hondonvriendelijke trainingsmanieren, zoals een hond op zijn rug gooien? Als je een hond op zijn rug gooit heeft dat niks met ‘overgave’ te maken! Dat is alleen als een hond zich helemaal vrijwillig overgeeft, dus nooit met geweld!

(bron: F. Koeman)

Veel gestelde vragen

De veel gestelde vragen zijn helaas niet gebaseerd op het werkelijk kennen van de Roedelmethode® of op persoonlijke ervaringen met de methode, maar op:
Vooroordelen: (ver)oordelen op basis van een persoonlijke afkeer of op basis van een gebrek aan kennis een eigen mening vormen.
Interpretaties: op basis van persoonlijke ideeën en gevoelens een eigen betekenis ergens aan / aan iets geven.
Aannames: op basis van persoonlijke gedachten iets voor waarheid aannemen en veronderstellingen maken (zoals ‘niet belonen betekent dat er alleen nog maar wordt gecorrigeerd, gestraft en er fysiek geweld wordt gebruikt’).
Veronderstellingen: wat men als waar aanneemt, een gissing, een aanname, een gedachte, een vermoeden.

What’s in a name? (Definities)
Er wordt heel wat gediscussieerd over dominantie, alfa, rangorde, roedel, controle en controleren, leiden en leiding geven, samenwerken, belonen en bestraffen.

Maar iedereen, ook mensen die woorden als “rangorde en dominantie” hartgrondig afwijzen, is gek op honden en gefascineerd door hun gedrag.

Gezien de vele verschillende en spraakverwarrende definities die er zijn, zullen we een aantal ‘vieze’ woorden eerst wat nuanceren: ‘what’s in a name’…?
De Roedelmethode®: (goed) leiderschap-geven-methode op een voor de hond natuurlijke wijze.
Dominantie: leiden, leiding geven, controle uitoefenen, geleid worden, leiding door een ander
accepteren, controle door een ander accepteren.
Rangorde: de leidinggevende en degene die geleid worden, degene die controle heeft, degene
                  die het leiderschap van de leider accepteert (volger), degene die de controle door de ander
                  accepteert.
Roedelregels, rangorderegels en omgangsregels: de afspraken en spelregels, die samenwerking
                  mogelijk maken en waardoor elk individu duidelijkheid, zekerheid en structuur krijgt in het
                  gezamenlijke – al dan niet inter-specieke - sociale systeem…

Roedelmethode® en wetenschap
Samenvatting referenties
Hier vind je ook interessante artikelen, waarvan een deel direct toegankelijk is in PDF
Zelf artikelen opzoeken: http://scholar.google.com/

naar boven

Wetenschappelijk onderzoek, de media en de dagelijks praktijk...
Er is laatste jaren enorm veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het gedrag en het cognitief vermogen van honden. Onze hond is immers niet alleen onze trouwe kameraad, maar hij blijkt door zijn vergaande domesticatie dichter bij de mens staan in zijn interactie en communicatievermogen, dan ons naaste evolutionaire evenbeeld, de primaat.
Er is ook onderzoek verricht naar de verschillen in het gedrag van honden in alle mogelijke gradaties van het gedomesticeerd zijn: nog niet volledig gedomesticeerd, wilde en verwilderde honden. Dit alles heeft erg veel inzichten opgeleverd in het cognitieve en sociale leervermogen van honden.

Soms komt er iets over die onderzoeksresultaten in het nieuws, waarbij er helaas al door de journalistiek een eigen interpretatie aan het onderzoek wordt gegeven. Zo werd dit artikel overal
gepubliceerd: “honden voelen geen schuld, wel angst voor straf" .
Wie echter het artikel zélf leest, ontdekt al snel dat de journalist blijkbaar slechts de ‘abstract’ van het artikel gelezen heeft. Op grond daarvan werd een volkomen onterechte conclusie getrokken. Het onderzoek toont helemaal niet aan of honden wél of géén schuldbesef voelen.
Sterker nog: dit werd niet onderzocht (“the research does not examine whether dogs feel guilt”).
Wat wél werd onderzocht, is het antropomorfisme van hondeneigenaren met betrekking tot wat mensen “schulbewust gedrag” noemen. (“In the current study, the anthropomorphism investigated is that the so-called “guilty look shows that dogs feel guilt or understand that they have disobeyed.
In other words, owners have identified a behavioural display which they think is prompted by the dogs’
realization of the violation of an implicit code of behaviour.
”)

Het in de Nederlandse media gepubliceerde artikel geeft geinteresseerde mensen geen objectieve informatie, maar een fout geinterpreteerde conclusie, die evengoed door iedereen als waarheid wordt aangenomen.
Op deze wijze worden onderzoeken dikwijls uit verband gerukt of met persoonlijke (mis)interpretaties als bewezen feit doorgegeven aan goedbedoelende mensen: de hondenliefhebbers en hondenbazen.
Veel aannames, veronderstellingen, interpretaties en vooroordelen op grond ‘van horen zeggen’, zonder enige al dan niet wetenschappelijke kennis, objectieve observaties en onderzoek, verspreiden zich zo als een olievlek over ‘hondenland’.

Wanneer er wel objectieve resultaten van onderzoek worden beschreven, kunnen mensen die resultaten niet plaatsen in hun praktijk van alle dag of binnen de training. De reacties daarop zijn daardoor vaak niet echt positief; ‘hebben ze niks beters te doen...’ of ‘kunnen ze dat geld niet beter besteden!’. De werkelijke resultaten van de meeste onderzoeken bereiken de hondeneigenaren dan ook nooit, net zo min als in trainingen de voordelen van die kennis in praktijk worden gebracht.

Ook de boekenHonden trainen volgens de regels van de natuur” (deel 1 en deel 2) zijn ‘het slachtoffer’ van dergelijke aannames, veronderstellingen en interpretaties.
Er wordt bij het lezen van de titel onmiddellijk aangenomen, dat dit wil zeggen; ‘trainen volgens de regels van honden in het wild’ óf ‘trainen volgens de regels van wolven’.
De titel heeft echter betrekking op het ‘honden trainen volgens de regels van onze eigen huishonden, op de manier en volgens de regels van onze eigen hedendaagse honden, zoals deze die zelf kennen en gebruiken in hun eigen hondentaal.

De inhoud van deze boeken is zeker niet altijd makkelijk en vaak zelfs behoorlijk complex, waardoor voor het in praktijk brengen van de methode heel veel geduld, ‘diercentrisch denken’ en inzicht is vereist. Veel mensen blijken bovendien niet goed te lezen of ‘selectief’ te lezen.
Dan komen de eigen interpretaties, zoals het ‘consequent toepassen van de Roedelmethode met koekjes’ en ‘de baas moet eerst altijd als eerste iets eten voor de hond mag eten’.
Hetzelfde geldt voor het ‘selectief’ lezen, het lezend interpreteren met een persoonlijk gekleurde bril, waarbij alles wat zich daartoe leent ter bevestiging van de eigen afkeuring of goedkeuring dient en… krijgen wij de ‘Veel Gestelde Vragen’.

‘hebben ze nou echt niks beters te doen?”



Dog Cognition op de website van de TU Delft (alleen Engels)
Dog Cognition op de website van De Roedel (Nederlands)

Samenvatting referenties
Hier vind je ook interessante artikelen, waarvan een deel direct toegankelijk is in PDF
Zelf artikelen opzoeken: http://scholar.google.com/

naar boven

Waarom nemen jullie nog steeds het gedrag van wolven als uitgangspunt? Honden zijn toch echt al
heel lang geen wolven meer, wij zijn toch ook geen apen meer?


De Roedelmethode is niet gebaseerd op het gedrag van wolven, al dan niet in gevangenschap. Honden en wolven zijn twee verschillende soorten. De Roedelmethode® is gebaseerd op het gedrag van onze hedendaagse huishond, die dankzij eeuwen van domesticatie een zeer unieke en specifieke sociale band heeft ontwikkeld met de mens. (1998 deel 1 vanaf pg 30, deel 2 vanaf pg 40).



Dog Cognition website, TU Delft (alleen Engels)
Dog Cognition op de website van De Roedel (Nederlands)

Samenvatting referenties
Hier vind je ook interessante artikelen, waarvan een deel direct toegankelijk is in PDF
Zelf artikelen opzoeken: http://scholar.google.com/

naar boven

Waarom zijn jullie nog steeds zo bezig met die ‘dominantie’? Dat is toch al heel lang uit de tijd!
Dominantie wil zeggen dat de één met agressie en geweld de ander onderdanig maakt!


Dominantie is een van die woorden die door veel mensen zeer verschillend geïnterpreteerd kan worden. Binnen de Roedelmethode® heeft de definitie, de betekenis van ‘dominant’ en ‘dominantie’, in elk geval niets te maken met het ‘overheersen’ door het gebruik van agressie en geweld.
Binnen de Roedelmethode® is onze definitie van dominantie:
Een positieve genetische eigenschap die (erfelijke) aanwezig is in elk levend wezen.
(1998 deel 1 vanaf pg 42, deel 2 vanaf pg 32).

Die erfelijke positieve eigenschap maakt het leiding kunnen geven én het leiding kunnen accepteren mogelijk. Hierdoor kunnen lichamelijke conflicten voorkomen worden.
Het ‘dominant zijn over’ een ander, maar óók de dominantie van een ander kunnen erkennen en hiermee in beide gevallen op de juiste sociale wijze om kunnen gaan.

Leiding geven of leiding juist accepteren wil automatisch zeggen, dat tussen de individuen een vorm van samenwerking is. Hij leidt of hij wordt geleid door degene die de leiding geeft, al naar gelang de persoonlijke capaciteiten en de actuele situatie. Dat kan alleen als zowel het leiding geven als het leiding krijgen geaccepteerd worden, wat een wezenlijk verschil is met ‘gedwongen worden tot’, zoals in een dictatuur of een autoritair regiem.
Op die manier heeft geaccepteerde dominantie niets te maken met ’de baas zijn en blijven’ over de hond die ‘altijd hogerop wil komen’ (wat overigens zeer zelden het geval is).

Dominant zijn in de zin van ‘invloed uitoefenen’, is iets wat elke baas doet of zou horen te doen.
Iedere baas heeft zijn regels voor wat de hond wel of niet is toegestaan.
Zonder dat hij zijn hond ooit slaat of hem ‘op zijn rug gooit’ is de baas dan wel degelijk dominant én is er sprake van een rangorderelatie tussen baas en hond…

Samenvatting referenties
Hier vind je ook interessante artikelen, waarvan een deel direct toegankelijk is in PDF
Zelf artikelen opzoeken: http://scholar.google.com/

naar boven

En al dat achterhaalde rangordegedoe dan? Uit onderzoek blijkt dat honden in het wild helemaal geen roedel en ook geen rangorde hebben!

Wat is de hier de definitie van ‘honden in het wild’? Wilde honden? Verwilderde honden? Ongedomesticeerde honden?
Is onze eigen huishond te vergelijken met die specifiek gedefinieerde groep ‘honden in het wild’?
Of is deze bewering feitelijk hetzelfde als het vergelijken van hondengedrag met wolvengedrag…

Waarschijnlijk wordt hier verwezen naar (de interpretaties van) één specifiek onderzoek (R. en L. Coppinger, 2001), dat vooral erg populair is geworden bij de mensen die rangorde afwijzen, maar die thuis wel degelijk grenzen stellen aan wat hun hond wel en niet mag (in Roedelwoorden: dominantie en rangorde).
Het onderzoek van de Coppingers betrof de afstammelingen van in oorsprong gedomesticeerde honden. Bij onderzoek naar ‘wilde honden’ wordt – net als bij de Coppingers – uitgegaan van de ‘mate van wildheid’, waarbij het al dan niet hebben van contact met mensen en/of de mate van afhankelijkheid van mensen een belangrijke factor is.*

De ’honden van de Coppingers’ konden – samen, maar toch redelijk individueel - in de omgeving van mensen leven, met een bepaalde mate van menselijke afhankelijkheid en contact.
Ook dát vereist onderling ‘overleg’, bepaalde onderlinge afspraken en omgangscodes (rangorde en dominantie) tussen die groep ‘wilde honden’.
Zonder dergelijke afspraken en regels zou hun leven immers alleen nog uit gevechten bestaan, waarbij geen enkele hond meer de gelegenheid heeft iets te eten. Juist dankzij die ‘spelregels’ (dominantie en rangorde) kunnen conflicten zoveel mogelijk voorkomen worden en kan iedere hond zijn kostje bijeen scharrelen.

Rangordes hebben een belangrijke functie in een sociaal systeem. Geaccepteerde rangordes bieden rust, zekerheid, duidelijkheid, veiligheid en geborgenheid aan alle wezens die leven in dat sociale systeem. Inherent aan dominantie is rangorde. Geaccepteerde rangorde is mogelijk dankzij het ‘dominantie-gen’, waarbij leiding wordt geven én de gegeven leiding wordt geaccepteerd.

Ook binnen een inter-specifieke relatie zoals bij mensen en honden is dominantie en rangorde noodzaak om zo aangenaam en zo conflictloos mogelijk met elkaar te kunnen samenleven. Domesticatie, dominantie en rangorde maken dit mogelijk.

*Onderzoeken naar ‘wilde honden’: hoe minder honden contact hebben met mensen en/of afhankelijk zijn van mensen, hoe meer er sprake is van het vormen van grotere groepen (roedels) en van samenwerking binnen die groep (dominantie en rangorde).

Samenvatting referenties
Hier vind je ook interessante artikelen, waarvan een deel direct toegankelijk is in PDF
Zelf artikelen opzoeken: http://scholar.google.com/

naar boven

Rangorde is altijd conspecifiek, tussen soortgenoten, dus alleen tussen honden onderling. Mensen en honden zijn twee verschillende soorten, dan kan er dus ook geen sprake van rangorde zijn!

Als er al helemaal geen sprake is van ‘dat achterhaalde rangordegedoe’ (zie vorige vraag), vragen wij ons af, hoe het dan wel mogelijk kan zijn dat ‘rangorde conspecifiek is’...

Door rangorde en dominantie tussen mens en hond te ontkennen, wordt elke mogelijkheid tot interactie, een relatie tussen mens en hond en elke samenwerking tussen mens en hond ontkend en bovendien de enorme invloed van de domesticatie op honden compleet van tafel geveegd.

De relatie tussen honden en mensen is absoluut uniek en onvergelijkbaar met welke andere gedomesticeerde dierensoort dan ook. Dankzij de langdurige domesticatie zijn mens en hond naar elkaar toegegroeid en zijn beiden ‘geïnfiltreerd’ in elkaars bestaan.
Voor onze hedendaagse huishond is de mens het middelpunt van zijn bestaan geworden.

De domesticatie en alle – ook genetische - veranderingen die in de loop der eeuwen in honden hebben plaatsgevonden, zijn juist allemaal ten voordele van die unieke en specifieke sociale relatie tussen mens en hond.

Mensen en honden hebben een zeer sterke relatie met elkaar. Er is wel degelijk interactie en er is wel degelijk communicatie tussen mensen en honden. Dan is er onherroepelijk sprake van dominantie en rangorde, ongeacht of je deze ‘begrippen’ al dan niet een andere naam geeft.

Samenvatting referenties
Hier vind je ook interessante artikelen, waarvan een deel direct toegankelijk is in PDF
Zelf artikelen opzoeken: http://scholar.google.com/

naar boven

Jullie zeggen dat een hond altijd hogerop wil komen in rang. Maar als er geen sprake is van rangorde, kan dat helemaal niet eens!

Een zeer pertinente uitspraak, die samenhangt met de al genoemde definities, aannames, veronderstellingen, interpretaties, vooroordelen en definities over ‘dominantie’, ‘rangorde’ en ‘conspecifiek’.

Een hond die echt per se hogerop wil komen is uiterst zeldzaam.
Wat ons betreft is een ‘ongehoorzame’ hond’ geen ‘dominante’ hond die erop uit is om hogerop te komen. Zijn ‘ongehoorzaamheid’ gebruikt hij om erachter te komen, of de baas echt betrouwbaar is en hem veiligheid kan bieden of… dat hij gedwongen zal zijn om zelf de touwtjes in handen te nemen…

Een hond die ‘hogerop’ is gekomen, is dat zelden om dat hij dat zo graag wil, maar veelal tegen wil en dank, omdat de baas niet heeft voldaan of kan voldoen aan wat de hond nodig heeft: duidelijkheid, zekerheid, geborgenheid en goede leiding.

Een hond is een mensgericht sociaal wezen, dat wil weten wat zijn plaats is in de sociale groep en wat hem dankzij die plaats wel of juist niet is toegestaan.
In zijn eigen taal communiceert hij hierover met de baas. Het resultaat van dit gesprek (de onderhandelingen) maakt de ‘status’, de (rangorde) positie in de onderlinge sociale relaties duidelijk, net als de rechten en plichten die daar wel, of juist niet, bij horen.
.
Een geaccepteerde plaats in de rangorde maakt duidelijk welke verantwoordelijkheden en rechten en plichten het individu heeft binnen het sociale verband. Hierdoor weet ieder precies waar hij aan toe is en wat zijn taken zijn. Deze zekerheden geven rust, duidelijkheid en veiligheid.

Samenvatting referenties
Hier vind je ook interessante artikelen, waarvan een deel direct toegankelijk is in PDF
Zelf artikelen opzoeken: http://scholar.google.com/

naar boven

Mensen kunnen nooit doen alsof ze ‘hond’ zijn. En bovendien ziet een hond heus wel dat mensen geen honden zijn!

Natuurlijk ziet een hond dat wij geen honden zijn. Dat wil nog niet zeggen, dat we om met hem te kunnen communiceren op handen en voeten, blaffend, grommend en kwispelend door het leven moeten gaan. Dat zou volkomen absurd zijn en bovendien een zeer grove onderschatting van het gedomesticeerde cognitieve vermogen van honden.
Door de domesticatie hebben mensen en honden een zeer speciale inter-specifieke relatie met elkaar. Hierdoor zijn honden zelfs primair gericht op de mens en pas daarna op soortgenoten.
De meeste honden brengen veel meer tijd door met ‘hun mens(en)’ dan met hun soortgenoten.

Voor mensen is het al bijna onmogelijk om ‘hondcentrisch te denken en niet te antropomorfiseren. Voor honden is niet ‘hondcentrisch’ denken echter absoluut onmogelijk. Een hond bekijkt de wereld vanuit zijn eigen hondse perspectief, ook de mens én elk ander wezen.
Voor meer begrip en een betere communicatie tussen baas en hond zal de mens, zonder te antropomorfiseren en door meer ‘hondcentrisch’ naar hondengedrag te kijken, de hondentaal moeten leren verstaan en begrijpen.

Samenvatting referenties
Hier vind je ook interessante artikelen, waarvan een deel direct toegankelijk is in PDF
Zelf artikelen opzoeken: http://scholar.google.com/

naar boven

Waarom doen jullie nog steeds aan die ouderwetse en onzinnige rangorderegels? Dat duidelijkheid en regels voor een hond belangrijk zijn weet natuurlijk iedereen, maar welke regeltjes dat zijn doet er voor de hond helemaal niet toe!

Voor wie en waarom zijn ‘de rangorderegels’ ouderwets en onzinnig?
Voor de mens, omdat hij het nut en de betekenis van die regels niet inziet? Die omdat hij het bestaan van rangorde afwijst, logischerwijs ook rangorderegels afwijst, maar wel zijn eigen menselijke regels oplegt aan de hond?
Hebben die door de mens gestelde regels eigenlijk enig nut en betekenis voor de hond of … is het voor hem niet meer dan het uitvoeren van een kunstje?

Mensen leggen menselijke normen en waarden (menselijke afspraken en spelregels) op aan honden. Niet alleen in het dagelijks leven, maar ook in de hondentrainingen: zit, af, staan, volgen, drie minuten blijven, terugplaats, flyball, behendigheid en noem maar op.
Doet de hond dat goed, dan is hij – naar menselijke normen en waarden - braaf en heel gehoorzaam, omdat hij voldoet aan de door mensen vastgestelde regels. Ons eigen menselijke perspectief is nog steeds ons uitgangspunt in onze omgang met honden. Mensen maken ook onderscheid tussen ‘trainen/training’ en ‘opvoeden, wat een hond nooit doet.

Lichaamshoudingen zoals zitten, liggen en staan zijn voor mensen lichaamshoudingen zonder specifieke betekenis, waarvan mensen vinden dat een hond die toch wel hoort te leren.
Voor de hond zelf heeft elke lichaamshouding echter een eigen specifieke betekenis, die hoort bij de hondentaal, de hondenmanieren, de hondse normen en waarden, die hij al
in het nest heeft geleerd.


hoe weten deze pups welke betekenis een bepaalde geur, lichaamshouding en lichaamsbeweging heeft?

Dat honden een eigen taal hebben zal niemand ontkennen. Iedere hondenliefhebber wil die hondentaal graag beter leren verstaan en zijn hond beter leren begrijpen.
Iedereen beaamt ook volmondig, dat een pup de hondentaal en die hondenmanieren leert in het nest, want daarom mogen pups niet eerder dan op zeven of acht weken het nest verlaten.
Maar vervolgens kan niemand – heel concreet - vertellen wát een pup dan precies allemaal leert.
Hierdoor kent niemand de betekenis van de hondse lichaamshoudingen (zit, af, staan etc. ) en lichaambewegingen binnen de hondentaal, laat staan dat iemand weet op welke manier, in welke volgorde en wanneer de hond die betekenissen heeft geleerd.

 
het leren van de hondentaal leren begint al tijdens de geboorte.

Over ingeleerd sociaal gedrag



Bepaalde* rangorderegels hebben voor een hond in zijn eigen hondentaal wel degelijk betekenis. Door die betekenissen te leren (h)erkennen, kunnen we – helemaal zonder geweld en zonder woorden – met de hond communiceren. Altijd zelf eerst eten voor de hond mag eten, is iets heel anders dan bepalen wanneer en waar de hond eet, ongeacht of dat is vóór of ná dat de baas heeft gegeten.


Moeder laat eerst de pups eten en eet pas mee als zij genoeg hebben gehad.

Dankzij de hondentaal zal de hond zich steeds meer gaan richten op de (lichaamstaal van de) baas en wordt hierdoor het sociale proces van de relatievorming pas echt in gang gezet.
Om te voorkomen dat een hond tegen wil en dank ‘hogerop’ gaat komen kunnen we daarom al vanaf het begin die hondentaal (rangorderegels) gebruiken.

En juist wanneer we de hond vanaf het begin duidelijk maken dat de bank een te hoge plaats voor hem is, zal dát er toe leiden, dat hij later zonder problemen gezellig bij ons op de bank kan liggen of samen met de baas languit kan bijkomen in het gras.

*Er bestaan verschillende versies van ‘de’ rangorderegels. In een aantal versies staan regels en handelingen, die voor een hond in zijn hondentaal geen enkele betekenis hebben. Ook kunnen er regels bij staan, waarbij de betekenis die de mens er aan geeft, zelfs precies tegengesteld is aan de betekenis die zij voor de hond hebben (zoals: de hond moet voor de baas opzij gaan. Doet hij dat niet, dan moet je op de hond inlopen en hem opzij duwen).

Samenvatting referenties
Hier vind je ook interessante artikelen, waarvan een deel direct toegankelijk is in PDF
Zelf artikelen opzoeken: http://scholar.google.com/

naar boven

Maar waarom belonen jullie een hond niet gewoon als hij iets goed doet? Wij werken toch ook niet voor niets?

Werken doe je pas na een lange leertijd. Als kleuter, peuter en puber ‘verdien’ je niets, hooguit goedkeuring en waardering (je hoort erbij) of een pak voor je billen of ‘kamerarrest’ als je iets helemaal ‘fout’ doet. Tot je gaat werken ben je ‘slechts’ onbetaald aan het leren en doe je vaardigheden op in relatie tot anderen. Jarenlang is de enige beloning die je daarvoor krijgt een sociale beloning.
Pas daarna, ‘als je groot bent’ en je leertijd goed hebt volbracht, krijg je een betaalde baan en ‘werk je niet voor niets’.

Ook een hond is een sociaal wezen, dat aanvankelijk net als mensen vaardigheden wil en kan leren om met zijn baas, zijn menselijke huisgenoten (en soortgenoten) om te kunnen gaan. En net als bij mensen is in dat leerproces aanvankelijk de sociale interactie, de sociale binding met de baas de optimale motivatie en ook... de sociale beloning voor de hond. (Deel 2, de sociale fasen).

Als er wordt gesproken over ‘het belonen’ van een hond wordt direct aan iets eetbaars gedacht, als enige manier om een hond te motiveren om de baas te ‘gehoorzamen’, naar onze menselijke norm van ‘gehoorzaamheid.
Maar als er wordt gesproken over niet belonen, dan wordt er direct aangenomen dat dit gebeurt door te bestraffen, te corrigeren en lichamelijk geweld te gebruiken, waarbij de hond uit angst voor straf gemotiveerd wordt om de baas te ‘gehoorzamen’.
Er wordt hoe dan ook vanuit gegaan, dat de motivatie van de hond altijd afhankelijk is van de mens.
Dankzij het menselijke denken worden honden gedegradeerd tot egoïstische, opportunistische wezens, die zelf geen enkele positieve (naar de mens toe) intrinsieke motivatie zouden hebben.

Is het wel zo dat een hond alleen maar wordt gemotiveerd door voer of door angst?
Of heeft hij misschien toch zijn eigen intrinsieke hondse motivatie (én positief naar mensen toe), die hem nog veel meer motiveert dan de veronderstelde menselijke motivatie (voer en angst)?

Door van pup af aan te belonen met voer, verplaatsen we zélf de sociale motivatie van de hond (de interactie en binding met de baas) naar het alleen nog maar gemotiveerd zijn voor voer.
Wanneer we honden belonen met voer als hij nog in de eerste en tweede sociale fase is (Deel 2 vanaf pg 59), ontzeggen we hem eigenlijk het recht om samen met de baas sociale vaardigheden te leren en reduceren we zelf de sociale motivatie van de hond tot de motivatie voor voer.
Hiermee doen we honden zeer tekort in hun sociale en cognitieve vermogens en maken we zélf van onze hond een egoïstisch en opportunistisch wezen.

Wanneer de hond echter zover is (Deel 2, de derde sociale fase) en laat zien dat zijn ‘leertijd’ erop zit, zal hij gaan werken voor en samen met de baas. Natuurlijk hoeft ook hij dan ‘niet voor niets’ te werken en hoort hij wel degelijk ‘betaald’ te worden voor zijn werk; het gedrag dat hij toont én motivatie komen nu immers met elkaar overeen. Hiervoor verdient hij absoluut een beloning!

Samenvatting referenties
Hier vind je ook interessante artikelen, waarvan een deel direct toegankelijk is in PDF
Zelf artikelen opzoeken: http://scholar.google.com/

naar boven

Honden zijn best sociaal, maar vooral egoïstisch en opportunistisch. Ze doen alleen maar waar ze zelf beter van worden, daarom is belonen juist zo belangrijk!

Nogal tegenstrijdig; hoe kunnen honden sociaal (wat is de definitie van sociaal?) én tegelijkertijd egoïstisch en opportunistisch zijn?

Wat ons betreft is een hond niet meer of minder egoïstisch en opportunistisch als de gemiddelde mens. Voor ons zijn honden sociale (met de definitie: de neiging van ‘een organisme’, zoals mens en dier, om in groepen te leven) wezens met een uitgebreide eigen taal en eigen omgangsvormen, eigen hondse normen en eigen hondse waarden voor wat je als hond wel of juist niet kunt doen.

Honden slechts beschouwen als egoïstische en opportunistische wezens, die alleen met voer te motiveren zijn, vinden wij dan ook een gevaarlijke ontwikkeling. De cognitie, de sociale genetische aanleg en het enorme leervermogen van honden worden hiermee zwaar onderschat. Op den duur kan dit zeer nadelige gevolgen hebben op de plaats en de rol van honden in onze maatschappij.

Met belonen wordt steeds opnieuw de menselijke wijze van belonen bedoeld, als enige manier om een hond te belonen. Dit ondanks dat veel bazen ervaren, dat hun hond elk lekkers en zelfs biefstuk weigert, zodat er duidelijk ‘iets anders’ moet zijn wat hem op dat ogenblik wél motiveert.

Met zijn grote sociale vermogen praat de hond in zijn eigen hondentaal met zijn baas.
Hij onderhandelt en probeert erachter te komen, wat hem wel en niet is toegestaan, welke taken hij moet doen en welke de baas zelf zal en kán gaan regelen in de dagelijkse praktijk.
Dit praten noemen mensen echter ‘ongehoorzaam’, ‘dominant’ of ‘hij probeert hogerop te komen’.
Het enige wat de hond echter wil weten is, waar hij precies aan toe is met zijn baas en of de baas betrouwbaar genoeg is om zijn hele hondse ziel en zaligheid aan toe te vertrouwen.

Samenvatting referenties
Hier vind je ook interessante artikelen, waarvan een deel direct toegankelijk is in PDF
Zelf artikelen opzoeken: http://scholar.google.com/

naar boven

Waarom gebruiken jullie nog steeds van die ouderwetse en hondonvriendelijke trainingsmanieren, zoals een hond op zijn rug gooien? Als je een hond op zijn rug gooit heeft dat niks met ‘overgave’ te maken! Dat is alleen als een hond zich helemaal vrijwillig overgeeft, dus nooit met geweld!

Een zeer subjectief vooroordeel en een foutieve aanname.
Er wordt bij ons geen enkele hond ‘op zijn rug gegooid’, net zo min als deze aan zijn nekvel wordt geschud of wordt geslagen. Er wordt ook niet gerukt en getrokken aan lijnen of verbaal geweld gebruikt. Wanneer er in Deel 1 en 2 wordt gesproken over ‘lichamelijke overheersing’ wordt dit direct geïnterpreteerd als fysiek geweld, maar niets is minder waar!

Wanneer je een hond die daar niet van gediend is op zijn rug gooit’ - of dat tenminste probeert - ga je een (gevaarlijk) conflict met hem aan, waarbij het vertrouwen van de hond in zijn baas op zijn minst geschaadt zal worden. Bovendien zul je zelf, als pech hebt, dankzij dat gevecht naar de EHBH toe moeten.

Maar… wanneer het zover is, laat de hond zich door zijn baas neerleggen.
Om een hond neer te kunnen leggen heb je de absolute medewerking nodig van de hond, want zonder zijn medewerking krijg je dat echt niet voor elkaar.



De hond zal eerst voldoende vertrouwen moeten hebben in en respect voor zijn baas, vóór hij bereid zal zijn om mee te werken en hij zich bereidwillig door zijn baas zal laten neerleggen.
Dat is dan wel degelijk overgave, gebaseerd op vertrouwen en respect, zodat hij zich aan de baas overgeeft en meewerkt aan de handelingen van zijn baas.

Vertrouwen en respect zijn nooit met (fysiek) geweld af te dwingen, maar zullen stap voor stap door de baas verdiend moeten worden. Dat kost tijd en veel geduld. Hierbij is het juist belangrijk om op geen enkele manier een conflict – en al helemaal geen fysiek conflict - met de hond aan te gaan.

Pas als de ene stap door de hond helemaal geaccepteerd is, komt de volgende stap.
Lichamelijk contact én de acceptatie daarvan door de hond zijn binnen de Roedelmethode® wel degelijk erg belangrijk. Die acceptatie van lichamelijk contact wordt zonder geweld en in het persoonlijke tempo van baas en hond opgebouwd.
De enige vormen van ‘geweld’ die daarbij worden gebruikt zijn het markeren, masseren, borstelen, kammen en knuffelen van de hond.


Als Rhodesian Ridgeback Max dat niet wil, is hem ‘op zijn rug gooien’ voor de baas een kansloze en risciovolle bezigheid. Stap voor stap, met veel geduld, zónder conflicten en zónder geweld, is Max’ respect en vertrouwen in de baas gegroeid. Hierdoor werkt Max ook keurig mee als de baas hem wil neerleggen (af). In die positie wordt hij gemasseerd en gemarkeerd. Daarna laat hij zich op zijn zij draaien zodat de baas hem in die positie, tot duidelijk genoegen van Max (acceptatie), opnieuw kan masseren en markeren.


Vervolgens laat hij zich zonder een spoor van verzet door de baas op zijn rug draaien…
Max heeft volledig vertrouwen in zijn baas.
N.B. Het mag ook duidelijk zijn, dat een vreemde die dit met Max probeert te doen absoluut niet op Max’ medewerking hoeft te rekenen!

Samenvatting referenties
Hier vind je ook interessante artikelen, waarvan een deel direct toegankelijk is in PDF
Zelf artikelen opzoeken: http://scholar.google.com/

naar boven

Waarom deze extra pagina?
Zoals intussen bekend, wordt er heel wat onzin verkondigd over De Roedelmethode®.
Dit neemt dusdanige vormen aan, dat mensen dan maar 'in het geheim' Roedelen. Ze hebben er (terecht) geen zin in, om vanwege hun 'Roedelen' de hele hondenwereld over zich heen te krijgen!

Natuurlijk hebben erg veel mensen verstand van het weer, voetbal en… honden, zodat het voor Roedelaars een zinloze zaak is om in discussie te gaan of pogingen te doen hun anti-Roedel-‘gesprekspartner’ uit te leggen, dat De Roedelmethode® geen ‘slechte kopie’ is van Jan Fennel of van de “Stap-contact’ methode. De Roedelmethode® is voor veel mensen te complex, te ingewikkeld en daardoor te moeilijk te begrijpen.

Ter ondersteuning van 'onze' Roedelaars, hebben we deze extra tekst gemaakt, die betrekking heeft op veel gehoorde op en aanmerkingen en (retorische) 'veel gestelde vragen'...





ISBN 9789038913780
prijs € 18,75
280 pagina’s / 16 x 23,5 cm
paperback geïllustreerd
Eerste druk 1998
2e (herziene) druk 2003
3e druk mei 2007


ISBN 9789038917870
prijs € 18,75
271 pagina's
16 x 23,5 cm
paperback geïllustreerd
Eerste druk 2008

naar boven


Copyright 2003 - 2009